Uit de Dikke van Dale:
vrij·heid de; v -heden 1 het vrij-zijn; onafhankelijkheid 2 daad die de gewone grenzen overschrijdt: zich -heden veroorloven
on·af·han·ke·lijk·heid de; v vrijheid, zelfstandigheid
Vrijheid en onafhankelijkheid, twee begrippen die graag gepropageerd worden door ons instituut als basiswaarden voor iedereen. Graag doet men ons geloven dat we vrij en onafhankelijk zijn, een illusie die nog eens versterkt wordt door het hebben van een stem in het geheel.
Vrijheid lijkt een begrip dat vaak niet zo heel goed begrepen wordt. Veelal meer een gevoel dan daadwerkelijke inhoud, een onderbuikgevoel dat continu versterkt wordt door propaganda voor vrijheid.
U heeft een stem….
U heeft de vrijheid om…
Uw vrijheid is gewaarborgd…
Graag spreken we over rechten omdat plichten als iets lastiger worden ervaren. Rechten lijken veel eenvoudiger dan plichten en schijnen de mogelijkheid te bieden iets te krijgen of iets te garanderen. Het recht op zelfbeschikking, het recht op vrijheid van meningsuiting, het recht op bezit, en nog wat meer rechten lijken een vorm van zekerheid te bieden maar blijken uiteindelijk niets meer dan holle frasen te zijn.
Dat wat als recht gegarandeerd wordt is slechts gegarandeerd behoudens uitzonderingen bepaald per wet en kan derhalve per direct opzij worden gezet. In een nog wat sterker geval, het geval van oorlogsstatus, wordt direct militair recht van toepassing wat een nog verdere uitholling van datgene dat als gegarandeerd wordt gezien inhoudt. Het niet opvolgen van een order kan leiden tot onmiddellijke executie, het enig overgebleven recht is derhalve sterven of gehoorzamen. Recht heeft hiermee een grappige eigenschap, hoe meer recht er wordt opgeëist, des te minder recht blijft er over voor anderen. In een ideaal geval zouden er geen rechten worden opgeëist en dat biedt dan de meeste rechten aan ieder ander.
Niets geven ze, dat stelletje egoïstische klootzakken. Ze willen maar met rust gelaten worden en zelf weten wat ze doen zonder ook maar enige autoriteit te erkennen. Zelfs democratie is een vies woord in hun woordenboek.
Alleen maar commentaar op bestaande systemen, een utopie in het hoofd en geen enkel tastbaar bewijs dat het een goed systeem zou zijn. Was dat wel het geval dan zouden er al lang anarchistische staten op deze aardkloot zijn waar het goed toeven is. Een illusie dus die op geen enkele wijze werkelijkheid kan worden omdat mensen nu eenmaal niet zonder leider kunnen, zelf een troep wolven heeft een leider dus waarom anarchisten denken dat ze het wel zouden kunnen blijft een raadsel.
Een gesprek met een libertariër, een blijvend stukje hoofdpijn. Vaak wordt in een open gesprek over vrijheid het libertarisme als ultieme vorm gezien en anarchisme als iets griezeligs over-de-top. Vele benamingen zijn er, anarcho-dit en blabla-libertarisme dat. De definities zijn iets te veel om allemaal op te sommen maar de strekking is veelal deze: Je kan geen vrijheid hebben of nastreven zonder volledige vrijheid aan het individu te geven en dat houdt in dat de staat zich zoveel mogelijk buiten het leven van het individu op moet houden, de staat is er om de rechten van het individu te waarborgen en that’s it.
Begrip voor elkaar, voor een willekeurig onderwerp of voor je zelf. Het wordt snel benoemd worden maar heeft soms net iets meer om het lijf dan zo op het eerste gezicht lijkt.
Om eens tot wat begrip te komen kan het handig zijn om begrip eens wat nader te bekijken, een begrip of daadwerkelijk begrip door een vorm van begrijpen zijn twee gerelateerde maar verschillende zaken die slechts op één punt van elkaar verschillen. Een begrip is een gedefinieerd resultaat, een beeld dat gemaakt is. Begrip in de vorm van begrijpen laat zien hoe en waarom dat resultaat tot stand komt, het proces.
Zoals we wel weten zijn bankiers eigenlijk niets meer dan boekhouders, debet en credit ofwel de linker- en rechterkant van het rijtje moeten gelijk zijn aan elkaar. Alles moet kloppen anders moeten er maatregelen genomen worden.
Al lang geleden hadden bankiers door dat niet alles dat ze in bewaring hadden tegelijkertijd door de mensen opgevraagd werd, in plaats van hun eigen geld gingen ze een deel van het geld dat ze in bewaring hadden gekregen uitlenen. Geld dat op jouw rekening stond was er alleen als jij het opvroeg, de rest van de tijd was het uitgeleend tegen een hogere rente. De bankier verdient aan jouw spaargeld en jij krijgt daar een deel van. Niet eens zo’n heel slecht idee, de bank draagt het risico dat het geld niet terugbetaald wordt en garandeert jou een rendement dat iets lager is door een risicopremie.
volgende berichten »« vorige berichten